Geschreven door Johan Swinnen naar aanleiding van de 27ste verjaardag van de genocide.

"Rwanda: in welk stuk hebben we gespeeld?" Dat is de vraag die uiteindelijk uit de pen van Johan Swinnen kroop aan het einde van een verhaal van 600 bladzijden over zijn ervaringen als ambassadeur van België in Kigali, van 1990 tot 1994.

Zevenentwintig jaar na de genocide (april-juli 1994), waarbij om en bij een miljoen Tutsi’s en andere Rwandese burgers op een ongemeen gruwelijke wijze werden omgebracht, heeft de tragedie vele van haar geheimen nog steeds niet prijsgegeven.
Ik heb er, vaak vanop de eerste rij, de aanloop naar de genocide mee-beleefd. Tot op de dag van de aanslag op het presidentieel vliegtuig, op 6 april 1994, had ik gehoopt dat de crisis waarin het land al 4 jaar verwikkeld zat, tot een positieve ontknoping zou leiden.

Stabiel en fragiel…

Rwanda was een relatief stabiel land dat genoot van een goede reputatie toen ik er in augustus 1990 met mijn gezin arriveerde. Er leefde een gezonde ontwikkelingsdynamiek en het Hutu-regime onder de leiding van president Habyarimana had een ambitieus democratiseringsplan in de stijgers gezet. Nochtans begon het regime ‘slijtage’ te vertonen waardoor o.a. corruptie en persbeteugeling het hoofd opstoken. Maar de moeilijkste uitdaging voor het regime vormde de terugkeer en herintegratie van de Tutsi-vluchtelingen. Toen de Tutsi-minderheid in 1959 - nog tijdens de Belgische voogdij - door de demografische Hutu-meerderheid van de macht werd verdreven, waren enkele honderdduizenden onder hen naar het buitenland, hoofdzakelijk naar Oeganda, Congo en Burundi, uitgeweken.

Ondanks de aanstalten die gezamenlijk waren gemaakt om over hun terugkeer onderhandelingen aan te knopen, maar uit protest tegen de terughoudendheid van Kigali, gingen de Tutsi-vluchtelingen, georganiseerd in het ‘Front Patriotique Rwandais’ (FPR), waar zich ook Hutu-opposanten bij hadden aangesloten, op 1 oktober 1990 over tot een gewapende aanval, vanuit Oeganda.

Een dubbele uitdaging

Vanaf die dag stond het land voor een dubbele uitdaging: vrede sluiten en de macht delen met de opstandelingen alsook het land door democratische en institutionele hervormingen loodsen. Beide processen legitimeerden en versterkten elkaar. Machtsdeling en democratisering moesten zowel de rebellen als de interne politieke krachten, oppositie incluis, ten goede komen.

Bloesemende tuinen

Dit gebeurde met vallen en opstaan, gedurende meer dan drie jaar, maar niet zonder resultaat. Op 4 augustus 1993 werden in het Tanzaniaanse Arusha de vredesakkoorden gesloten, die gedetailleerde afspraken inhielden over de politieke en militaire machtsdeling, en die door UNO-troepen, waaronder ook een belangrijk Belgisch bataljon, zouden gemonitord worden. Ondertussen was er een nieuwe grondwet aangenomen die o.m. het meerpartijenstelsel introduceerde en de naleving van de mensenrechten op het voorplan plaatste. In een minimum van tijd kreeg de gewezen eenheidspartij van de president het gezelschap van een twaalftal andere politieke partijen. Als men de kranten in 1990 op een hand kon tellen, circuleerden amper een jaar later tientallen titels van krantjes en tijdschriften. Ook de verenigingen voor mensenrechten vertoonden een rijke diversiteit. Een waarachtige explosie van vrijheid, burgerzin en ambitie genereerde bijzonder boeiende ontwikkelingen. Ooit beschreef ik deze nieuwe situaties als “grote tuinen en welriekende dreven waar de bloemen en planten van de democratie weelderig bloesemden”.

Destabilisering

Maar dat rooskleurig beeld werd te vaak vertroebeld of opgeschrikt, zowel door nieuwe invallen van het FPR vanuit Oeganda, die burgers, meestal Hutu-boeren, van hun huizen en akkers verdreven, als door herhaaldelijke gruwelijke slachtpartijen, in bijna alle delen van het land, waarbij hoofdzakelijk Tutsi ’s het leven lieten. Mensenrechten werden op grote schaal geschonden. De polarisering en de radicalisering namen gestaag toe, ook na het sluiten van de Arusha-akkoorden, waardoor de installatie van de overgangsinstellingen, zoals regering en parlement, alsmaar werd uitgesteld.

Ontsporing

Welke waren dan de ingrediënten die het proces zo tragisch hebben doen ontsporen en die gingen leiden tot de aanslag op het presidentieel vliegtuig, aanslag die op zijn beurt het startschot voor de volkenmoord zou geven? Het compromis van Arusha over de machtsdeling was zo ingrijpend dat in Hutu-kringen gevreesd werd voor een nieuwe dominantie van de Tutsi-minderheid. Voorts mogen we niet vergeten dat om en bij een miljoen boeren, één Rwandees op zeven, leefden in mensonwaardige omstandigheden in vluchtelingenkampen, in eigen land. Tot overmaat van ramp was de moord op de democratisch verkozen Hutu-president in buurland Burundi niet van aard om het vertrouwen van de bevolking in een democratische machtswisseling aan te zwengelen. De presidentiële mouvance tenslotte werd verdacht van het organiseren van doodseskaders en destabiliseringsacties om de machtsdeling te stremmen of zelfs de Arusha-akkoorden terug te schroeven of af te blazen.
Op deze nefaste ontwikkelingen entten zich dan weer initiatieven die de zaak alleen maar verergerden zoals de oprichting van partijmilities (o.a. de Interahamwe die een groot deel van de genocide op hun actief zullen schrijven), de wapendistributies onder de bevolking, de haatcampagne van Radio Télévision Libre des Mille Collines, terwijl de FPR-radio Muhabura zich evenmin onbetuigd liet...

Al die vragen…

Op 6 april 1994 liet president Habyarimana zich tijdens een topoverleg in Dar es Salaam overtuigen om de installatie van de overgangsinstellingen te faciliteren. Bij zijn terugkeer in Kigali werd zijn vliegtuig uit de lucht geschoten. Alle passagiers, onder wie ook zijn nieuwe Burundese collega die hij een lift had aangeboden, kwamen daarbij om. Het betekende het startschot van de genocide die honderd dagen zou duren en zich grotendeels onder een beschamend onverschillig oog van de internationale gemeenschap zou voltrekken.

Een aantal vragen doen twijfels rijzen over de rol die diverse actoren zich hebben toegeëigend of opgespeld kregen.
Een nog steeds onopgeloste vraag betreft de aansprakelijkheid van de aanslag op het vliegtuig. Zelfs de (lange!) duur van de genocide wordt terecht bevraagd. Waren er machhiavellistische agenda’s aan het werk die de genocide lang genoeg moesten rekken? Heeft Habyarimana en/of zijn entourage de genocide vooraf gepland en heeft de rebellenleider - en huidig president - Kagame ook besmeurde handen, zoals de Canadese onderzoeksjournaliste Judi Rever in een ophefmalend boek beweert? Waarom hebben België en Frankrijk samen niet zwaarder op het overgangsproces kunnen of willen wegen? De rol van VS, VK, Oeganda, de Veiligheidsraad, het VN-secretariaat is evenmin helemaal uitgeklaard. Ook over Belgische betrokkenheden mogen we bijkomend onderzoek niet uitsluiten.

Een kritisch oordeel over het optreden - of gebrek daaraan - van de internationale gemeenschap ligt voor de hand. Maar een eenzijdige belichting van die roi zonder onderzoek naar de diabolische verantwoordelijkheid van de Rwandese actoren is minder acceptabel. Om goed en wel te beseffen in welk stuk we gespeeld hebben zullen we nog heel wat sluiers van de waarheid moeten lichten.

Waarom al die vragen zal je zeggen.

Rwanda is toch de weg naar heropbouw en ontwikkeling met succes ingeslagen? Ontegensprekelijk vallen hier opmerkelijkie prestaties te noteren en te appreciëren, op meerdere domeinen. En toch zou ik gaarne met president Kagame eens willen bijpraten en het o.m. hebben over de duurzaamheid van het Rwandees ontwikkelingsmodel en over legitieme bekommernissen in verband met de mensenrechten in zijn land. Ik zou hem ook willen vragen waarom niet alle Rwandezen zonder onderscheid, zowel Hutu’s als Tutsi’s, gerechtigd zijn om openlijk te rouwen, om niet langer het louterings- en verzoeningsproces te hypothekeren.

Ook wij gedenken deze dagen opnieuw de honderdduizenden onschuldige slachtoffers van haat, onverdraagzaamheid, afgunst, angst, hysterie, vernietiging. We vertrouwen dat het lied van de rouwenden bevrijdend en verlossend werkt, en voedsel geeft aan nieuwe hoop, in de geest van Pasen.


Geschreven door Baron (Johan) Swinnen, voormalig ambassadeur in Rwanda en auteur van ‘Rwanda, mijn verhaal’ (Polis-Pelckmans, 2016).

Gekoppelde artikel(s)

“Dead Poets Society”

Op woensdag 24 maart 2021 werd de Prijs van het Keingiaertfonds uitgereikt aan Jonkheer Cédric de Séjournet de...

"Edellieden uit alle hoeken van de wereld" - Arthur d’Anethan , junior diplomaat

Arthur d’Anethan, junior diplomaat, Eerste Secretaris bij de Ambassade van België in Kameroen, deelt met ons zijn...

Ze schrijven ons ...

"Moeilijk gaat ook" (Mia Doornaert). Une vie de chien (Patricia de Prelle).

Advertenties

Descriptif section

Ruimtes te huur

Kamers te huur voor uw evenementen

Activiteiten

Descriptif section

Onze partners