Artikel 113 van de Belgische Grondwet bepaalt dat de Koning adellijke gunsten (en titels) kan verlenen, zonder er een voorrecht aan te koppelen.

De adel is bijgevolg wettelijk erkend en het Belgische adelrecht bepaalt welke adellijke titels worden verleend en onder welke voorwaarden adellijke titels en adeldom van de ene generatie op de andere worden overgedragen.

Tegenwoordig zijn er in België ongeveer 1200 adellijke families, waarvan er hoogstens 350 reeds adellijk waren ten tijde van het Ancien Régime en van wie de diploma’s het onderwerp zijn geweest van een officiële erkenningsprocedure door de Belgische Staat.

De Koning maakt gebruik van zijn recht om adellijke gunsten te verlenen.

Voor het verlenen van deze gunsten wordt hij bijgestaan door een Adviescommissie, waarvan de leden door de vorst zijn benoemd. De commissie legt de koning jaarlijks een lijst voor van personen van wie de verdiensten van dien aard zijn dat ze voor een adellijke gunst in aanmerking kunnen komen. Het weze duidelijk dat de commissie een louter adviserende rol vervult.

Om officieel te worden erkend, wordt een adellijke gunst bekrachtigd door het lichten van een patent- of adelbrief (ook open brief genoemd), waarin de exacte titel en de mogelijke erfelijke overdraagbaarheid worden vermeld. Bij de procedure hoort ook het vereffenen van de registratierechten.

De bevoegdheid in deze ligt bij De Raad van de Adel, een officieel organisme binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Voor meer informatie, gelieve hierbij het artikel te vinden geschreven door Professor Paul Janssens, Voorzitter van de Raad van adel: "Is adel een voorrecht ? Of een plicht?"

PDF - 107.5 kB

Advertenties

Descriptif section

Ruimtes te huur

Kamers te huur voor uw evenementen

Activiteiten

Descriptif section